
Uit een recent onderzoek naar de factoren die de studiekeuze van toekomstige vertaalprofessionals beïnvloeden, blijkt dat hoewel het merendeel van de studenten zegt dat ze op dit moment niet weten welk beroep ze later willen uitoefenen, ze wel overtuigd zijn dat ze werk zullen vinden. Talenkennis staat, dankzij zijn multidisciplinaire karakter, immers nog steeds garant voor een gegeerd profiel op de arbeidsmarkt. Een andere opmerkelijke vaststelling: uit de studie blijkt dat de "dreiging" van kunstmatige intelligentie de studenten niet ontmoedigt om aan de slag te gaan in deze sector. Bovendien geven 88% van de respondenten aan dat kunstmatige intelligentie hun studiekeuze niet heeft beïnvloed. De laatste razendsnelle ontwikkelingen van vertaalmachines en chatbots veranderen daar niks aan: bijna niemand heeft overwogen om voor een andere richting te kiezen en iedereen blijft ervan overtuigd dat een universitaire masteropleiding relevant zal blijven.
De nieuwe studie die werd uitgevoerd in december 2023 bij studenten van de faculteit Vertalen en Tolken van de Universiteit van Bergen levert veel nuttige inzichten op. De studie is gebaseerd op een bevraging van 773 studenten die waren ingeschreven in 2023-2024 voor een bachelor- of een masterprogramma en buigt zich over de invloed van bepaalde factoren op hun studiekeuze. Er werd extra aandacht besteed aan de invloed van kunstmatige intelligentie; een van de meest besproken onderwerpen op dit moment.
267 studenten, goed voor een participatiegraad van 35%, besteedden gemiddeld 6 minuten en 52 seconden om de 24 vragen van de enquête te beantwoorden. De enquête werd vooraf goedgekeurd door het bestuur van de faculteit en daarna verspreid via de officiële communicatiekanalen van de universiteit. De bevraging werd gecreëerd met behulp van het platform SurveyMonkey.
Studenten uit alle fases van hun opleiding namen deel aan deze enquête. De deelnames daalden naarmate de studenten verder in het programma zaten, een "logische" degressie die overeenkomt met het aantal inschrijvingen voor elke fase. Wel is het opmerkelijk dat de participatiegraad van de studenten in de laatste jaren van hun opleiding bijna twee keer zo hoog lag dan die van de eerstejaars bachelorstudenten (42% van de MA2-studenten hebben deelgenomen aan de bevraging [40 op 95], ten opzichte van de 23% van de BA1-studenten [72 op 309]). Overigens zou deze observatie erop kunnen wijzen dat studenten die al verder zijn gevorderd in hun studies – en dus meer betrokken zijn met hun discipline – meer geneigd zijn om deel te nemen omdat ze het belang van het onderzoek beter begrijpen en meer bezig zijn met hoe ze de arbeidsmarkt zullen betreden maar we weerhouden ons ervan om daaruit overhaaste conclusies te trekken.
'Algemene' factoren
Zoals anderen voor ons al constateerden, is onderzoek naar het studiekeuzeproces in het hoger onderwijs multidimensioneel en complex. Op basis van eerder onderzoek hebben we besloten om ons in het eerste onderdeel van de bevraging te concentreren op de vier recurrente beslissingsfactoren van studiekeuze: de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en welke kansen het diploma je biedt in het werkveld (1), passie voor talen en andere culturen (2), het algemene nut van de opleiding (3), de reputatie van de faculteit en het prestige van het beroep (4). De verkregen antwoorden leverden heel wat nuttige inzichten op.
Ten eerste constateerden we dat twee derde van de respondenten (66%) niet wisten welk beroep ze nou precies wouden uitoefenen toen ze begonnen aan hun studies. We kunnen dit resultaat – op zijn minste deels – verklaren met het feit dat de opleidingen in de sociale wetenschappen minder beroepsgericht zijn dan de meer technische opleidingen en de opleidingen die zich in het gebied van de harde wetenschappen bevinden, zoals geneeskunde of ingenieurswetenschappen. Ze hebben vooral als doel om kritische geesten te ontwikkelen met universele competenties, die inzetbaar zijn in een tal van domeinen en beroepen. Een inschrijving voor een opleiding in de sociale wetenschappen toont in de eerste plaats de wil van de studenten "om kennis op te doen om kennis op te doen", zonder daarbij een duidelijk afgebakend professioneel project te hebben. Vreemde talen vormen bij uitstek een domein om brede, universele vaardigheden te ontwikkelen. De FTI-EII versterkt die troef met een steeds ruimer studieaanbod: naast de klassieke masters in Vertalen en Tolken zijn er nu ook opleidingen in Meertalige Communicatie (die zich richten op diplomatie en het bedrijfsleven) en in het onderwijs van vreemde talen.
De volgende vraag, over de uiteenlopende carrièremogelijkheden, bevestigt dat beeld: 71% van de respondenten gaf aan dat die diversiteit een doorslaggevende rol speelde bij hun studiekeuze. 82% van de respondenten geeft aan dat de studie zelf voor hen de doorslag gaf (wat straks nog duidelijker wordt), en 71% benoemt de reputatie van de school, die bekend is om haar diploma’s van hoge kwaliteit.
Vergelijking tussen passie en rationaliteit bij de studiekeuze
Naast de rationele overwegingen speelt de passie voor vreemde talen en culturen zonder twijfel een cruciale rol.
Dat is misschien niet verrassend, maar het blijft wel interessant om op te merken dat 98% van de studenten die factor 'passie' als bepalend beschouwen in hun keuze.
Het zou vanzelfsprekend verrassend zijn als dat niet het geval was, zoals de waarnemers terecht opmerken. We herinneren hen er echter aan dat de factor 'passie' niet in alle studiegebieden even vanzelfsprekend of bepalend is. Zoals de vele statistische onderzoeken van Sylvie Lemaire in Frankrijk duidelijk laten zien, wegen in meer beroepsgerichte opleidingen (zoals informatica of engineering) de carrièremogelijkheden veel zwaarder dan de interesse in de opleiding zelf.
We zouden zelfs kunnen spreken van tegengestelde paradigma’s. Deze resultaten bevestigen de bevindingen van eerdere onderzoeken – zoals die van het Observatorium voor Studentenleven van de Universiteit van Genève of die gepubliceerd in referentiewerken.
Het is belangrijk te benadrukken dat de betreffende studie zich richt op studenten in Franstalig België, waar toelating tot het hoger onderwijs niet afhankelijk is van de resultaten behaald op het baccalaureaat (of CESS in België, voor certificaat van het secundair onderwijs [CESS]), of van een toelatingsproef of ingangsexamen.
Elke vergelijking met andere systemen, en dan vooral met die van Frankrijk, moet daarom met de nodige voorzichtigheid worden gemaakt.
De talencombinatie: een beslissende factor?
De bevraging behandelde vervolgens de taalkeuze. Ter herhaling, de vertaalopleidingen in Franstalig België zijn opgebouwd rond een talencombinatie van twee brontalen. Aangezien de plaats die ons hier is voorzien ons niet toelaat om gedetailleerd in te gaan op dit onderwerp, zullen we ons beperken tot de enkele grote tendensen, die het verband tussen passie en rationaliteit, dat eerder werd aangehaald, bevestigt.
De analyse van de taalkeuze bevestigt het bestaan van drie categorieën die weerklank vinden in de eerder vermelde studies. Sommige talen werden grotendeels gekozen voor (1) hun professionele aantrekkelijkheid (kansen op werk, tekort aan profielen op de arbeidsmarkt), zoals Duits of Nederlands. Andere talen werden vooral gekozen vanwege (2) een sterke belangstelling of passie voor de taal en de cultuur, zonder dat daarbij de kansen op de arbeidsmarkt een bepalende factor zijn, zoals Deens of Italiaans. Er zijn ook talen die in de tussencategorie vallen en waar de twee factoren bijna evenveel meetellen, zoals Arabisch, Chinees, Russisch, Engels of Spaans.
Vergelijking van passie en rationaliteit tussen het Duits en het Deens
Kunstmatige intelligentie
Laten we eerst dit zeer actuele onderwerp bespreken: kunstmatige intelligentie, en in dit geval, zijn invloed op de studiekeuze.
De vertaalstudenten lijken zich niet druk te maken over de invloed die de laatste technologische evoluties hebben – of zouden kunnen hebben – op hun toekomstige carrière. Zo gaven slechts 11% van de leerlingen aan dat ze het eerder eens of helemaal eens zijn met de volgende bewering: "De opkomst van kunstmatige intelligentie stuurde me bijna in de richting van andere studies."
De invloed van kunstmatige intelligentie op studiekeuze
Zoals (onder andere) Bourdieu en Passeron hebben aangetoond, met name in Les Héritiers (1964), beschrijft het fenomeen "héritage professionnel" welke invloed de ouders en familiale omgeving kunnen hebben op de studiekeuze van hun kinderen. We zijn ons ervan bewust dat het onderwerp meerdere facetten omvat (in het bijzonder sociologische) maar desalniettemin vonden de auteurs van het onderzoek het toch interessant om de studenten hierover te bevragen met de focus op kunstmatige intelligentie. Zoals we al eerder vaststelden: als we rekening zouden houden met de mediahype rond kunstmatige intelligentie, dan zouden we verwachten dat er meer "ontmoedigingspogingen" zouden zijn van familieleden. Bovendien zou dit fenomeen versterkt kunnen zijn door het feit dat de media het al jaren leuk vinden om vertaler te bestempelen als een uitstervend beroep (bijvoorbeeld in deze artikels 1, 2, 3). En toch geven slechts 21% van de studenten aan dat hun omgeving heeft geprobeerd hen over te halen om voor een ander carrièrepad te kiezen.
Zelfde vaststelling, alleen nog opvallender bij de volgende vraag: "In de loop van mijn studies, heb ik (tot op heden) al serieus overwogen om van richting te veranderen vanwege de "dreiging" van kunstmatige intelligentie. Hier duidde slechts 8% van de respondenten aan dat ze akkoord waren met deze stelling.
Vertrouwen in hun toekomst
Het vertrouwen in de toekomst, dat werd aangetoond in de voorgaande resultaten, wordt bevestigd door de zelfzekerheid van deze toekomstige gediplomeerden over hun capaciteiten om in de toekomst werk te vinden. We observeren echter een onzekerheidsgraad van 45 op een schaal van 100 voor de beroepen die specifiek zijn voor vertalers en tolken maar die onzekerheid verdwijnt al snel naarmate het scala van carrièremogelijkheden groter wordt: de onzekerheid zakt naar 31 voor de taal- en communicatieberoepen in het algemeen en naar slechts 15 voor het vreemdetalenonderwijs

Onzekerheidsgraad omtrent de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt per categorie van carrièremogelijkheden
Gezien de opkomst van korte, zogenaamde 'certificerende' opleidingen, zoals webinars (in de Franstalige vertaalwereld bijvoorbeeld het bekende instituut Edvenn), vonden de auteurs van de studie het ook zinvol om studenten te bevragen over de relevantie van tweejarige universitaire masteropleidingen.
Gemiddeld stemde 21% van de studenten in met deze stelling, wat erop wijst dat de meeste studenten vertrouwen blijven houden in hun universitaire opleiding. Om een objectiever beeld te krijgen, zou het interessant zijn dezelfde vraag te stellen aan vertaalprofessionals die geen universitaire opleiding hebben gevolgd (maar bijvoorbeeld zijn opgeleid bij Edvenn). Je zou kunnen veronderstellen het juist hun meningen tegenstrijdig zijn met die van de studenten, omdat mensen er nu eenmaal toe neigen hun opleidingskeuze te verdedigen, welk pad ze ook hebben gekozen, en zichzelf ervan willen overtuigen dat ze de juiste weg zijn ingeslagen. Bovendien kunnen ze, aangezien ze de andere opleidingen niet kennen, eigenlijk geen echte vergelijking maken… Een interessant idee voor een vervolgonderzoek!
En dus?
Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: men moet oppassen om de resultaten niet te snel te veralgemenen naar alle studenten, aangezien, zoals eerder vermeld, universitaire opleidingen sterk kunnen verschillen, van zeer academisch gericht tot sterk beroepsgericht. Onderzoeken bij studenten van andere universiteiten zouden nuttig zijn om de hier gepresenteerde bevindingen te bevestigen of juist te weerleggen.
Het eerste belangrijke inzicht is dat de meeste studenten aan de FTI-EII van de universiteit van Mons geen duidelijk idee hebben, of zelfs helemaal geen idee, van het beroep dat ze later zullen uitoefenen. Dat zou op het eerste gezicht verrassend kunnen lijken, maar het weerspiegelt echter een bredere tendens die al wordt waargenomen in de humane en sociale wetenschappen. In deze opleidingen worden de verworven (taal)vaardigheden als 'universeel' beschouwd, wat betekent dat ze in verschillende beroepscontexten kunnen worden ingezet, ongeacht het specifieke vakgebied waarin de student uiteindelijk terechtkomt. Wanneer studenten wordt gevraagd naar hun werkgelegenheidsperspectieven, maken ze zich bovendien geen zorgen over de mogelijkheid om zonder werk te komen zitten, onder andere dankzij de grote diversiteit aan carrièremogelijkheden die voor hen openligt. Toch zien we dat het vertrouwen afneemt naarmate het vak meer gespecialiseerd raakt. Studenten denken namelijk meer kans te maken op een baan in het taalonderwijs of de bredere communicatiebranche dan in vertaling en tolken.
Uit de studie blijkt ook dat de passie voor talen en culturen de belangrijkste reden blijft waarom studenten voor deze richting kiezen, ver boven de professionele carrièremogelijkheden. Dat resultaat komt overeen met de andere antwoorden in de enquête en bevestigt ook bevindingen uit eerdere studies, vooral in Frankrijk.
Er zijn echter soms belangrijke nuances, afhankelijk van de gekozen taalcombinatie. Talen zoals Nederlands of Duits worden vaak pragmatisch gekozen, op basis van carrièrekansen en marktvraag, terwijl Italiaans of Deens bijna uitsluitend worden gekozen om persoonlijke voorkeuren, zonder echt inzicht te hebben in de carrièremogelijkheden, hoewel die er wel zijn.
Ten slotte lijkt de opkomst van kunstmatige intelligentie, vooral in 2023, met de razendsnelle ontwikkeling van chatbots zoals ChatGPT, de studenten (en hun omgeving) niet af te schrikken om vertaling of vreemde talen te studeren, noch de waarde van deze langdurige universitaire opleiding in twijfel te trekken.
Om af te sluiten en ruimte te maken voor verdere studies en overwegingen, laten we eerst nog de resultaten van de laatste vraag benoemen: "In de loop van mijn opleiding, vind ik (tot op heden) dat ik voldoende geïnformeerd ben geweest door de faculteit en mijn lesgevers over de veranderingen die kunstmatige intelligentie teweeg heeft gebracht in de vertaalsector en met betrekking tot het beroep van vertaler." Op deze vraag bedraagt het percentage studenten die heeft geantwoord (slechts?)... 38%, wat zou kunnen suggereren dat veel toekomstige afgestudeerden enerzijds extreem zelfverzekerd zijn over hun werkgelegenheidsperspectieven, terwijl ze anderzijds toegeven niet genoeg geïnformeerd te zijn om dit met zekerheid te kunnen beweren. Naast de tegenstrijdigheid die hierin schuilt, impliceert die observatie waarschijnlijk ook een vorm van zelfreflectie van het docententeam, uitgaande van de veronderstelling dat zij beter geïnformeerd zijn, wat nog bewezen moet worden, aangezien de snelheid van de veranderingen instabiliteit bevordert en voorspellingen bemoeilijkt.
De situatie kan het best worden samengevat door een opmerking van één van de respondenten: "Hoe de dag van morgen eruit zal zien? De toekomst zal het ons uitwijzen!"
Klik op deze link om alle resultaten te bekijken van deze enquête.
Bijzonderheden
- Datum publicatie
- 12 maart 2024
- Auteur
- Directoraat-generaal Vertaling
- Taal
- Spaans
- Frans
- Italiaans
- Nederlands
- EMT-categorie
- Professionele ervaring/inzetbaarheid op de arbeidsmarkt
- Vertaalcompetenties















